Elke liefhebber stelt zich wel
eens de vraag (zonder dat hij het zelf beseft): »Welke planten moet
ik gaan verzamelen? Hoe ga ik mijn verzameling opbouwen?”<?xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Wanneer men ziet hoe
uitgebreid het aanbod is, is dit niet zo eenvoudig. Het doel van dit artikel
is, voor zover dit mogelijk is, hierover enkele richtlijnen te geven. Deze zijn
gebaseerd op de vertaling van een hoofdstuk uit het boek “The Encyclopedia of
Cacti” van Cullman, Grötz en Gröner. Een werk, dat internationaal erkend wordt
als één van de betere cactusboeken.
De meeste cactusverzamelingen
bevatten planten uit een heleboel geslachten. Een dergelijke verzameling
ontstaat meestal wanneer men als beginner alle planten cultiveert die men te
pakken kan krijgen en waar men het naamkaartje “cactus” kan opkleven. Of door
alle planten te kopen die men attractief vindt. Als alternatief kan men echter
ook een meer ‘gespecialiseerde’ verzameling opbouwen. De volgende paragrafen
geven je mogelijke aanwijzingen die je hiermee kunnen helpen. Probeer voor
jezelf te bepalen waarom je cactussen wil verzamelen. Het grote aanbod aan
soorten maakt het gemakkelijk om iets te vinden naar ieders smaak.
Welke cultuurcondities kan je
de planten bieden?
Alvorens men zich gaat
specialiseren in een bepaalde groep planten, moet je nagaan welke cactussen
geschikt zijn voor de condities die je hen kan bieden.
Waar ga je de planten kweken?
Er zijn soorten die bijzonder
geschikt zijn voor de vensterbank, andere doen het beter in een
buitenaanplanting, in een platte bak of in een serre. Deze planten kan je
uitzoeken door over de ervaringen van andere kwekers te lezen in de
gespecialiseerde literatuur, door het bestuderen van de groeiwijze in de
natuur, en niet in het minst door uw eigen ervaringen of door ervaringen uit te
wisselen tijdens de maandelijkse bijeenkomsten van de clubleden (de vierde
maandag van de maand, tenzij anders vermeldt in ons maandelijks clubblad).
Laat je echter niet ontmoedigen omdat je geen serre hebt. Veel cactussen doen
het beter in een platte bak of op de vensterbank dan in een serre.
Hoeveel licht zullen de
planten krijgen?
Noteer het aantal uren
zonneschijn per seizoen. Als je slechts de helft van het beschikbare zonlicht
kan geven, kan je je beter niet concentreren op de Mexicaanse soorten, maar
kies je beter voor Rebutia’s, Mammillaria’s met een groene lichaamskleur,
Gymnocalyciums en Notocactussen die veel beter groeien bij zulke condities dan
in volle zon.
Meet de
temperatuurschommelingen met een min-max thermometer. Temperatuurcontrole met
behulp van ventilatie en/of beschaduwing kan enkel binnen bepaalde limieten, en
vragen een zekere inspanning van de kweker. Op een onbewolkte dag op een plaats
in de volle zon, zijn hoge temperaturen nauwelijks te vermijden. Op zulke
momenten is de luchtvochtigheid meestal zeer laag. Dit zijn ideale condities
voor Echinocereussen, Astrophytums, Coryphantha’s en Thelocactussen, terwijl je
waarschijnlijk minder succes zult hebben met Parodia’s, Rebutia’s en
Notocactussen.
Neem ook de
overwinteringsplaats voor de cactussen onder de loep. Een koude, droge en
donkere plaats, die meestal zal gebruikt worden wanneer de cactussen in een
platte bak kunnen gekweekt worden, geeft gegarandeerd problemen met cactussen
uit de geslachten: Epostoa, Ferocactus, Melocactus, Discocactus e.a. Anderzijds
houden bergcactussen, bijvoorbeeld uit de Zuid-Amerikaanse Andes, van een koude
droge overwintering. Entstammen van Trichocereus zijn veel minder gevoelig.
Heel belangrijk is de grootte
van de plaats waarover men kan beschikken. Je moet genoeg plaats voorzien om
voldoende planten te kunnen plaatsen. Menig liefhebber heeft hiermee problemen,
maar er zijn toch limieten. Een overbevolkte collectie leidt ongetwijfeld tot
problemen; de planten staan zo dicht bij elkaar dat het praktisch onmogelijk
wordt om bepaalde planten te bereiken, waardoor het moeilijk wordt om de eerste
tekenen van ongedierte te herkennen, of je kunt zelfs de eerste bloei missen
van een zeldzame soort. Opeengestapelde planten op alle mogelijke trapjes en
rekjes ontnemen elkaar het licht. Je kunt de waterhuishouding niet bijhouden,
geeft de ene plant twee keer water en vergeet zijn buur in het geheel. Als uw
verzameling op deze manier uit de hand loopt, zal je snel alle plezier erin
verliezen.
Cactussen van één geslacht.
Hier volgen enkele voorbeelden
van specialisatie binnen een bepaald geslacht. Je kunt cactussen verzamelen van
één geslacht, bijvoorbeeld alle Echinocereussen of Notocactussen die je maar
kan vinden. Vooral geslachten die regelmatig in de actualiteit komen en
geslachten waarvan veel nieuwe soorten worden ontdekt, zijn populair. Cactussen
opkweken uit zaad afkomstig van de natuurlijke groeiplaatsen of van stekken en
aldus planten voortbrengen die tot dan toe nog vrij onbekend waren, geeft een
grote voldoening. Vele denken in dezelfde lijn, wat resulteert in modetrends
bij het verzamelen. De laatste decennia waren verschillende populariteitsgolven
merkbaar, hieronder de Chileense geslachten Copiapoa en Neoporteria, de
Parodia’s, de Sulcorebutia’s en de Brazilianen Uebelmannia en Discocactussen.
Heb je weinig plaats om een volledig geslacht te verzamelen, dan kun je je
beter beperken tot een groep of een ondergeslacht. Voorbeelden kunnen zijn: de
Mammillaria’s met een witte bedoorning, Echinocereussen met een pectinaat
bedoorning, of grote Lobivia’s uit de jajoiana-chrysantha groep met hun mooie
bloemen.
Door cactussen uit één bepaald
geslacht te verzamelen, kun je interessante studies uitvoeren over de
verspreidingsgebieden en het ontstaan van relaties en ontwikkelingslijnen
binnen het geslacht. Als meer ervaren liefhebber kun je contacten leggen met
andere enthousiastelingen en desnoods wetenschappers die geïnteresseerd zijn in
hetzelfde onderwerp. Soms kun je als amateur helpen bij het ophelderen van
onduidelijke soorten, en kun je artikels schrijven over het voorkomen, de bloei
en de cultuur van soorten, die voorheen nog niet of onvoldoende werden beschreven.
Schrijvers voor ons clubblad of voor het nationale tijdschrift zijn altijd
welkom.
Cactussen uit één bepaald
gebied.
Een andere manier van
specialisatie is het verzamelen van cactussen uit een bepaald gebied,
onafhankelijk van het geslacht. Het voordeel van deze benadering is dat de
verzamelde planten waarschijnlijk dezelfde kweekomstandigheden zullen
verdragen. Je kunt hierdoor waardevolle studies maken van het klimaat, de
vegetatie en de plantengemeenschappen die aanwezig zijn in dat gebied, alsook hun
cultuur en geschiedenis bestuderen. Deze vorm van specialisatie is vooral aan
te bevelen aan liefhebbers die genoodzaakt zijn te werken in extreme en
onevenwichtige omstandigheden. Wanneer je bijvoorbeeld in de bergen woont, kan
je je toeleggen op cactussen uit het Andesgebergte. Voorbeelden van zulke
geslachten zijn: Oroya, Oreocereus, Lobivia, Sulcorebutia, Neowerdermanniana,
Weingartia en de subgroep Thephrocactus uit het Opuntia-geslacht.
Wanneer een bepaald geslacht,
ondergeslacht of groep beperkt is tot een klein verspreidingsgebied, dan kan je
beide benaderingen van verzamelen combineren. Leg bijvoorbeeld een speciale
verzameling aan van Mammillaria’s uit Baja-California. Om deze grootbloemige en
prachtig bedoornde planten succesvol te cultiveren, zal je heel wat onderzoek
moeten verrichten naar de groeicondities die deze soms wispelturige planten
ondergaan op hun natuurlijke groeiplaatsen. Hetzelfde geldt voor planten van
het geslacht Islaya, die in de Zuid-Peruviaanse kustwoestijn voorkomen.
Cactussen met een bepaalde
kleur.
Het is fascinerend om
cactussen van dezelfde kleur te verzamelen. Voorbeelden hiervan zijn bol- en
zuilcactussen met sprankelende witte, briljant gele en roodbruine of
donkerbruine bedoorning, vooral in de geslachten: Mammillaria, Parodia,
Neoporteria, Haageocereus, Cleistocactus, Notocactus, Epostoa, Pilocereus enz.
Bij andere planten is het lichaam in plaats van de bedoorning die voor de
karakteristieke kleur zorgt. Meldenswaardige planten van dit type zijn de
Chileense soorten van de geslachten Neoporteria en Copiapoa met hun donkerbruin
tot zwartbruin voorkomen of de kalkachtige of bepoederde opperhuid van andere
Copiapoa soorten. Dit laatste is in ons klimaat bijna onmogelijk, dit vanwege
de minder intense lichtomstandigheden.
Een verzameling van
Mammillaria’s met prachtig gekleurde bedoorning, omgeven door kleurrijke
Haageocereussen en andere zuilcactussen ziet er prachtig uit. Het werkt
stimulerend om de verscheidenheid in kleur van bedoorning van één bepaalde
soort te verzamelen in groepen planten van dezelfde kleur. Zo kan je
bijvoorbeeld ook een studie maken van de kleur van bedoorning van nakomelingen
van planten met fel gekleurde bedoorning. Of bestudeer in welke mate de kleur
van de bedoorning verandert bij het ouder worden van de planten en bij
verschillende lichtomstandigheden.
Cactussen voor hybridisatie.
Men kan ook een verzameling
opbouwen met als doel: hybriden op te kweken. Grote en mooi gekleurde bloemen
zijn meestal het doel, je kruist verschillende soorten en probeert de
verschillende eigenschappen te combineren in één plant. Dit soort van
hybridisatie wordt meestal uitgevoerd met de geslachten Epiphyllum,
Heliocereus, Selenicereus (Phyllocactus) en de geslachten Lobivia, Echinopsis
en Trichocereus. Het proces van de hybridisatie is zeer interessant en leidt
tot een diepere kennis van de problemen aangaande het kruisen en de genetische
wetenschap in het algemeen. Niettegenstaande dat, dienen we toch te waarschuwen
voor dit onderwerp. De praktijk hiervan is tijdrovend en neemt veel plaats in
beslag. De verschillende combinaties van karakteristieken opvolgen over twee
tot drie generaties kan lang duren, als je 3 tot 5 jaar moet wachten om
volwassen bloeibare planten te krijgen. Twee zaadbesjes zijn klein, het zaad
ervan kan je in een klein potje zaaien, maar de jonge zaailingen in
ontwikkeling nemen al snel een vierkante meter in beslag alvorens ze
uiteindelijk gaan bloeien!
Er zijn nog vele andere
manieren om op een systematische manier een verzameling op te bouwen. Je kunt
cristaten verzamelen of je specialiseren in soorten met een buitengewoon
uiterlijk zoals de geslachten: Ariocarpus, Leuchtenbergia, Obregonia en
Aztekium. Andere “specialisten” prefereren “probleemplanten”, planten die
moeilijk zijn in cultuur, voortplanting en bloei.
Een laatste manier (die hier
besproken wordt) om een verzameling op te bouwen, en zeker evenwaardig aan de
anderen, is eenvoudig weg het aanschaffen van die planten die je bijzonder
aantrekkelijk vindt. Zonder het voordeel van systematische planning, en zonder
wetenschappelijke aspiraties kan je geleidelijk aan een mooie collectie
opbouwen. Bestaande uit enkele Opuntia’s, een paar zuilcactussen en een aantal
bolvormige soorten, waar je heel wat plezier aan kan beleven.
Etiketten en de kaartindex.
Zodra uw cactusverzameling een
respectabele grootte begint aan te nemen, is het niet meer mogelijk om alle
namen en kenmerken van de planten te onthouden. Voorzie de potten van etiketten
die op zijn minst de naam van de plant bevatten. Plastieken insteeketiketten
zijn hiervoor ideaal. Ze zijn meestal wit, maar ook gele en rode kan je
gebruiken om bepaalde plantengroepen te onderscheiden, bijvoorbeeld planten die
licht en warm moeten staan in de winter. Op de plastieken etiketten schrijf je
best met een harde potlood, een speciale watervaste stift of met Oost-Indische
inkt. Ik prefereer de Dymo perforator om etiketten af te drukken. Momenteel kan
men het ook al via de computer (met speciale software) plastieken
plantetiketten afdrukken. Men dient dan wel te beschikken over een
laserprinter. Ook vindt men tegenwoordig ook transparante etiketten in de
handel. Ze zijn minder opvallend en minder storend. Eerdere versies van deze
transparante etiketten hadden de neiging om na enkele jaren broos te worden.
Hou ook notities bij van waar
de plant afkomstig is, jaar van aanschaf, bloemkleur en eventueel andere
interessante karakteristieken, samen met de geslachts- en soortnaam. Dit alles
op één etiket schrijven, leidt tot grote etiketten die niet echt bijdragen tot
een mooie verzameling, en die zelfs licht kunnen onttrekken aan kleine planten.
Om die reden gebruik je beter
kleine etiketten die enkel de afkorting van de geslachtsnaam, de soortnaam en
desnoods een nummer bevatten. De andere karakteristieken van de plant hou je
bij op een kaartindex systeem dat oplopend genummerd is in overeenstemming met
de nummering van de planten. Bewaar de fiches netjes in een doos, beschermd
tegen stof en vocht, niet te ver van de planten verwijdert. Met deze index bij
de hand kan je observatienotities onmiddellijk noteren zonder iets te vergeten.
Een goed onderhouden kaartindex is een onmisbaar gereedschap voor elke ernstige
liefhebber.
Door het intrede van de
Personal Computer, is het momenteel mogelijk om een databank bij te houden op
uw PC. Een Engelse liefhebber heeft hiervoor zelfs speciale software gemaakt,
namelijk: CactusBase Pro. Dit programma werd door de heer Van Puyl omgezet in
de Nederlandse taal en is momenteel te verkrijgen bij de Nederlandse cactusvereniging
SUCCULENTA. Wie lid is van de club kan genieten van een gunsttarief. Het is een
krachtig programma dat zowel een databank geeft van onze planten als van
digitale foto’s, literatuur en zaailijsten en dit alles desnoods gelinkt aan
elkaar. Indien er iemand interesse mocht hebben voor dit programma en nog meer
uitleg hieromtrent wenst kan steeds contact nemen met de voorzitter van onze
club.

Mooie site en leuk
Mooie site en leuk verslag.
Ben je wel eens met de vereniging bij Aad Vijverberg Honselersdijk-Westland geweest?
Kijk eens op www.vijverberg.info
Met groet
Jan de Vreede
Nieuwe reactie inzenden