Ik weet bijna zeker dat er velen bij het lezen van deze titel de schouders zullen ophalen en zeggen, dat weet iedereen toch al, laten we daar toch geen papier meer aan vuil maken. Ik ben er me terdege van bewust dat velen weten hoe cactussen gestekt worden. Maar in een tijdschrift mag men niet nalaten van af en toe nog eens een thema te bespreken dat vroeger al aan bod gekomen is, want in een vereniging in “ beweging” komen regelmatig nieuwe leden, en volgens mijn bescheiden mening is het toch maar logisch dat deze nieuwelingen cultuurtips in hun eigen tijdschrift vinden. Het is toch een taak van een vereniging om deze mensen te begeleiden; zodat ze de cultuurtips niet in allerhande boeken of oude tijdschriften moeten opzoeken. Dus wat is cactussen stekken of klonen, waarom, en hoe doen we dat ?
Cactussen stekken is een vegetatieve vermeerderingsmethode, en op die manier bekomt men rapper grotere planten dan door te zaaien. Stel dat je als beginnende liefhebber bij familie of vrienden enkele cactussen meekrijgt die oud en lelijk geworden zijn, maar aan de basis groeien jongz scheuten; dan is stekken dé ideale manier om die oude cactussen te vervangen door jonge exemplaren met exact dezelfde eigenschappen. Er zijn cactussen die men eigenlijk niet kan zaaien omdat alle eigenschappen van deze planten zouden verloren gaan. Denk maar aan de hybriden van Echinopsis, Epiphyllum, Chamaelobivia, Aporocactus, Zygocactus en andere Rhipsalissen.
In principe bestaan er twee methoden van stekken die in de cactuswereld hanteerbaar zijn :
► Eerst en vooral hebben we de kopstekken of scheuten. Zoals ik al zei, kan men deze uitlopers gebruiken om een plant te vervangen. Men kan ook planten die te lang uitgegroeid zijn en omvallen op deze manier “ een verjongingskuur “ laten ondergaan. Hier snijdt men de kop van de plant af. Wanneer de wonde volledig geheeld is zet men het entstuk en de afgesneden uitlopers in een droge zanderige grond om ze laten bewortelen. Na een drietal weken zal je zien dat de eerste wortels verschijnen en dan plant men ze in het gewone grondmengsel en geeft men voorzichtig een beetje water. De spruiten en het kopstuk groeien dan terug tot mooie volwaardige planten. Dit is ook de ideale manier om aan jonge scheuten van Erio- en T’richocereus te raken. Wanneer men een grote Trichocereus Macrogonus of spachianus heeft of een eriocereus jusbertii, kan men deze in stukken snijden van ongeveer 15 cm lang, de wonden een tijd lang laten drogen om ze daarna op te potten zoals hierboven vermeld. De kopstukken zullen terug uitgroeien tot mooie planten, maar aan de tussenstukken zullen meerdere scheuten ontwikkelen, die we, als ze groot genoeg zijn op hun beurt laten bewortelen. Men kan deze jonge Tricho- en Eriocereussen later gebruiken om moeilijkere cactussen of cristaten op te enten. Wanneer men de scheuten van die Trichocereus stukken weggenomen heeft laat men deze staan en na enige tijd zullen er zich terug spruiten ontwikkelen, niet weggooien want men kan er altijd een liefhebber mee plezier doen. De vele uitlopers die aan onze Echinopsis hybriden groeien kunnen we ook gebruiken om kleinere cactussen of zaailingen op te enten.
► Dan hebben we de stengel- of steelstek. Hier denken we aan de cactussen die lange stengels maken zoals : Aporocactus, Epiphyllum, Zygocactus, Hylocereus en andere rankvormige cactussen zoals Selinicereus. Zowel bij kop- als stengelstek is de lengte een bijkomende zaak, kopjes van amper 2 cm lukken evengoed als een stuk van 10 cm.
Bij het klaarmaken van de stukken gaat men als volgt te werk :
► Bij tamelijk dikke stekken snijdt men aan het te bewortelen vlak, de zijkanten schuin of conisch af. Dit heeft twee doeleinden : het middelste van de stam krimpt niet veel in, maar wanner we niet afkanten, vormt de stek zwakke wortels aan de buitenkant. De afgekante stek daarentegen vormt veel sterkere wortels vanuit de groeiringen. De verse wonden kan men afdekken met aluminiumpoeder of met de as van dennenhout. Op deze wijze drogen de wonden rapper en drogen minder in. Men kan ook de te bewortelen stukken in matig vochtige gespannen lucht zetten. Bij een grondtemperatuur van 25° C of meer gebeurt de beworteling vlugger, en de kans dat de te bewortelen stekken uitdrogen wordt tot een minimum beperkt.
► Het beste moment om te stekken ligt in de maanden mei en juni, maar in de praktijk stekt men van eind maart tot begin oktober. Er zijn enkele uitzonderingen zoals Eriocereus jusbertii, die na half augustus niet meer mag gestekt worden, daar ze niet meer bewortelen. Deze niet gewortelde stekken worden bruin tijdens de winter en sterven af. De Epiphyllum hybriden stekt men het best in augustus, dan zijn de planten uitgebloeid en bezit men uitgerijpte scheuten.
Voor velen heb ik niets nieuws verteld, maar ik hoop dat de beginnende liefhebber er toch iets van opgestoken heeft.

Nieuwe reactie inzenden